Interview

Sleaford Mods: "Er zit nog zoveel meer in."

„Ik was zelf aanvankelijk ook niet heel enthousiast over het idee dat Andrew naast me op het podium zou komen staan. Ten eerste is hij langer dan ik en dan heeft hij nog zo’n enorme baseball cap op. Maar vanaf het eerste moment dat hij er bij was, is het van:  swhhhhsssshhh… Dat visuele aspect tilde onze act ineens naar een hoger niveau. En sindsdien gaat het hard.”

Jason Williamson, zanger en tekstschrijver van het duo Sleaford Mods uit het Engelse Nottingham, zit ontspannen achter een drankje in een Amsterdams café. Al een hele dag praat hij er met de pers en wordt vooral aan de tand gevoeld over zijn politieke overtuiging. De 46-jarige Brit zie eruit als een doorsnee sjofele jongere uit zijn land, op zijn opvallend kleurige sneakers na dan. „Ik ben een schoenenman”, grinnikt hij.

Wie Sleaford Mods voor het eerst ziet, wacht een verrassing. Er staan twee mannen op het podium, maar één voert helemaal niets uit. Williamson is een korte, bonkige en bleke Engelsman die als een gek tekeer gaat, zijn teksten als een mitrailleur letterlijk uitspuugt en zich overgeeft aan zijn eigenaardige tics waarbij hij steevast een hand over zijn achterhoofd haalt. Hij maakt een agressieve indruk, alsof het schuim hem elk moment op de mond kan komen te staan. Een hedendaagse Ian Dury maar dan met veel te veel speed achter de kiezen. Naast hem staat een lange slungel met uitdrukkingsloos gezicht een beetje mee te wiegen op de beats; de duim van zijn ene hand achter zijn broekriem gestoken en in de andere hand een enorm glas bier. Dat is Andrew Fearn en hij tekent voor de vette achtergrond tapes die uit de laptop komen waar Williamson zijn rants over rapt, of soms praatzingt. Maar live is Fearn’s rol beperkt tot het aan- en uitzetten van de tracks. Hij is letterlijk en figuurlijk visueel behang.

„Toen ik begon was ik nog gehersenspoeld met het idee dat ik visueel meer zou moeten doen. Want in je eentje met een backingtrack op een podium staan, dat was een taboe. Ik heb daar een jaar lang over getwijfeld, maar ben dat toch gewoon gaan doen. Daar stond ik in mijn eentje met een laptop en een afstandsbediening waarmee in de tracks startte en er vocaal gelijk in vloog. Dat werkte best goed maar na een tijdje verveelde ik me mateloos, zo in mijn eentje op een podium.”

Jason Williamson werkte toen ook nog met samples – favoriete stukjes uit nummers van andere muzikanten - die hij loopte en op een beat zette. Zijn carrière ging in die periode nergens heen. Tot hij Andrew Fearn ontmoette. Die maakt zelf rudimentaire muziek, knipt dat in stukken en loopt die. Hij herinnert zich het eerste moment dat hij dacht iets te hebben ontdekt dat echt goed werkt. „Ja, ik zie me nog over straat lopen, met m’n shabby vest aan, denkend ‘nu heb ik het gemaakt’. Dat was toen we onze eerste weggooi cd-r hadden gemaakt met het nummer Teacher Faces Porn Charges. Dat was mijn eureka-moment”, schaterlacht de Engelsman.

Fearn naast hem op het podium zetten met een glas bier, vormde de laatste stap naar het concept Sleaford Mods dat in binnen- en buitenland zo succesvol blijkt te zijn. De muzikant moest wel overtuigd worden op het podium plaats te nemen. Ook hij stond eerst niet te springen voor paal te staan. „Ik had al veel optredens in mijn eentje gedaan met zijn muziek en mijn teksten. De tunes waren er al. Het was al goed, maar er miste gewoon nog iets. De icing on the cake is dat Andrew en ik onze krachten op het podium bundelen.”

Dat grappige en verrassende visuele element – zo’n kerel die niks staat te doen – is daarbij een essentieel ding. Maar ook iets dat je snel hebt gezien. „We hebben nu vier platen uit. En ik worstel er weleens mee of we onze hand niet overspelen. Maar de magie is er nog steeds. En dat idee is verstevigd tijdens het maken van onze nieuwe plaat English Tapas. Ik dacht na het maken van Key Markets nog dat we het wel helemaal hadden uitgemolken en dat er geen nieuwe meer in zou zitten.”

Niets blijkt minder waar. Het duo lijkt juist extra productief. In september 2016 verscheen de EP TCR (Total Control Racing, red.), er is een documentaire over het duo in de maak en nu ligt er al weer de volgende langspeler, English Tapas; een plaat waarmee de Mods zich verder ontwikkelen wat betreft diepgang van de teksten en rijkheid van de muziek.
„Bang, bang, bang… de ene track na de andere rolt eruit. Andrew stuurt mij muziek toe en daar ga ik mee aan de slag. Vroeger improviseerden we meer. Dat doen we nog wel, maar ik merk dat als ik echt op de teksten ga zitten, er meer diepgang in komt. Je perst er nog net wat meer sap uit, begrijp je wat ik bedoel? En er is ook meer melodie in de nummers op de plaat. En ik zing. Wat vond je daarvan? Vind je het leuk? Ah, daar ben ik blij mee. Want tijdens het opnemen dacht ik echt van aahhh, nee, God, wat ben ik nu aan het doen! Ik werd erdoor uit mijn evenwicht gebracht. Het is zoals David Bowie heeft gezegd: als je iets doet waar je je comfortabel bij voelt,moet je jezelf dwingen een stap verder te zetten. Pas als je het gevoel hebt dat het water je aan de lippen staat en je de vaste grond niet meer onder je voeten voelt, dan ben je goed bezig. Dat gebeurde bij de opnamen. Ik heb dingen gedaan die ik aanvankelijk niet wilde doen. Maar toen ik thuis ging luisteren ontdekte ik dat het toch goed is zo. Het werkt.”

 

Op English Tapas schildert Williamson, als altijd, een nogal duister beeld van Engeland. Geïnspireerd door wat hij om zich heen ziet in zijn thuisstad Nottingham. Als dat beeld een beetje klopt is het geen stad om als toerist te bezoeken. Williamson schaterlacht bij die suggestie. „Zo erg is het nu ook weer niet, het is slechts mijn perceptie van die stad. Het heeft best veel mooie Victoriaanse gebouwen. Met van die bakstenen die zijn doordrenkt van olie en uitlaatgassen. En er zijn de resten van de industriële revolutie; je voelt nog dat de massaproductie in de fabrieken gemeenschappen uiteen hebben gerukt. Maar die historie is verdwenen en dat maakt het hart van de stad nu bijna zielloos. Daar haal ik mijn inspiratie uit. Uit die kleine hoekjes van de stad die de mensen nooit zien. In de weinig glamoureuze drinkholen van Nottingham, de plaatsen waar de tijd stil lijkt te staan. Waar je het resultaat ziet van dit moderne leven. Geen mooie beelden van Instagram, geen mensen in modieuze kleding, maar de bare bones van de samenleving. Beelden van mensen die met elkaar iets drinken, een man die in zijn neus peutert, een ober die wat te eten brengt met de Union Jack op de achtergrond en het BBC-journaal op de tv. Dit zijn mensen die proberen te overleven in een helse wereld.”

Uit de titel van de plaat spreekt een dubbelzinnigheid: English Tapas verwijst naar de vette snacks die in Engelse kroegen als ‘tapas’ worden aangeprezen. Hij viert er de eigenwijze Engelse cultuur mee en maakt tegelijkertijd gehakt van de kleinzieligheid die eronder schuil gaat. „Die mentaliteit zit in al onze albums verweven. Ik heb een haat-liefde verhouding met de Engelse cultuur. Er zijn dingen waar ik van hou, maar nationale trots en alle bullshit die daarbij komt kijken, daar moet ik niks van hebben. En dus bekritiseren we die cultuur voortdurend en halen het door de zeik.”

Even komt de frustratie waar Williamson uit put bij het schrijven van zijn vileine teksten naar boven en spreekt hij kwaad over Tory-politici, naar zijn mening mensen met bar weinig levenservaring, enkel opgedaan in geprivilegieerde goede baantjes verkregen dankzij hun private school connecties. „It’s fucking insane”, gromt hij. Zo kennen we hem als hij op een podium staat. Het contrast met de zachtaardige sympathieke en nagenoeg accentloos sprekende man in de Amsterdamse kroeg kan bijna niet groter zijn. „Ik ben als persoon niet goed in confronteren en denk dat ik het daarom zo goed kan op het podium. Ik kan mijn ergernissen daar uitstekend kwijt. Maar in mijn raps ben ik ook sterk beïnvloed door de East-Coast maffioso rapstijl. Daaruit heb ik geleerd mijn teksten als het ware aan te vallen.”

Op English Tapas zet Williamson ook in dit licht een forse stap in zijn ontwikkeling. Niet langer gaan de teksten enkel over het leven aan de rafelranden van Nottingham, of wordt er uitgehaald naar de leidende klasse. In het nummer Time Sands daalt hij diep af in de krochten van zijn eigen brein en gaat genadeloos met zijn billen bloot. ‘Lets go back to corridors of mine and also yours, where the dust lays on the shell in this the quiet hell, of cigarettes and trains and plastic and bad brains, and heartbreak lays upon the shell of this the new born hell, well’, zingt hij. „Dat gaat over een nacht waarin ik veel te veel alcohol en drugs had gebruikt en door de spits naar huis moest proberen te komen. Dat gevoel dat je weet dat je je eigen probleem hebt gecreëerd, er een zooitje van aan het maken bent. Ook dat maakt deze plaat anders. Ik heb nu het zelfvertrouwen dat ik dit durf te vertellen. Dat ik er niet meer voor terugschrik om het over mijn eigen tekortkomingen te hebben. Vroeger haatte ik dat. Van die artiesten die jammeren in zelfmedelijden of op zichzelf zijn gericht. Maar ik denk dat ik het zo heb verwoord dat ik dat gevoel vermijd. Ik graaf wat dieper. Want ik kan ook niet voor altijd alleen maar over de Tory-regering zingen natuurlijk. Want weet je, ik doe dit met het oog op de lange termijn. Ik wil samen met Andrew zoveel mogelijk uit Sleaford Mods halen. En het maken van English Tapas heeft ons doen realiseren dat we er nog lang niet klaar mee zijn en dat er nog veel te ontdekken valt. Er zit nog veel meer in.”

WIM DU MORTIER

Lees de recensie van English Tapas hier.

ad bol.com

Muziek algemeen

Ad GR

Redacteuren en Fotografen

Muzine.nl is altijd op zoek naar goede redacteuren en fotografen.

Interesse? Stuur een mailtje naar ronald@muzine.nl

Social media

Volg Muzine.nl op Facebook of Twitter

Like us