Over het hoofd

Rex - C (1996)

Vergeten albums uit de muziekgeschiedenis.

Het is al vroeg donker en onaangenaam waterkoud in Manchester als ik op een novembermiddag een platenzaak in vlucht. Mijn gezelschap drinkt een biertje in een naastgelegen pub als ik de uitverkoopbakken vol cd's doorstruin. Opgejaagd en gehaast, want ondanks het feit dat ze warm binnenzitten voel ik me toch schuldig dat zij zich toch weer moeten aanpassen aan mijn nukken. Er staan hier volop promo-exemplaren; waarschijnlijk ingeleverd door zo'n recensent die met de verkoop van deze plaatjes een extra zakcentje probeert te verdienen.
Mijn oog valt op een onooglijk exemplaar met in de achterzijde van de plastic cd-verpakking een zwart-wit, dubbelzijdig gekopieerd papiertje waarop ik moet zoeken naar een vermelding welke band dit is. Er is niet eens de moeite genomen om het stuk papier netjes in de uitgespaarde ruimte te passen: het zit er gekreukt in gepropt. Op de binnenzijde staat een tekst met een korte biografie van de band. Ik herinner me er iets over te hebben gelezen en leg 'm daarom opzij. Deze donkere middag koop ik hier twee platen die mijn muzieksmaak indringend gaan beïnvloeden: de slowcore van Rex en Gone Glimmering van Chavez.

Het is 1996; we dragen donkere spijkerbroeken met scheuren erin, luisteren onophoudelijk naar punkpop. Maar het is tijd voor iets anders. Ik ken dan Slint inmiddels, vind Spiderland een interessante plaat, maar echt vervoeren doet die mij niet. Na twee luisterbeurten ben ik helemaal om: C. Slowcore is het vanaf dat moment helemaal.
Na de oppervlakkige pretentieloze vrolijkheid van al die tweeënhalve-minuut-punkpop biedt slowcore welkome, nieuwe vergezichten; emotie, diepgang, nummers die minutenlang voortbouwen op slepende thema's. Op lui swingende ritmes; soms zelfs driekwartsmaten. Op C wordt ruimschoots de tijd genomen om de composities tot hun recht te laten komen; de elf tracks klokken samen ruim 70 minuten. 'Please use this record for long drives, lazy Saturday afternoons and reminiscing about your past', luidt het rake advies van de band op mijn promo-exemplaar.

Rex komt uit Maine in de Verenigde Staten maar is gevestigd in Brooklyn, New York. De kern wordt gevormd door zanger/gitarist Curtis Harvey, bassist Phil Spirito en drummer Doug Scharin. Scharin speelde kort ook in het fameuze Codeine en later June of 44. In 1995 heeft het trio al een plaat gemaakt waarin voorzichtig maar beduidend minder succesvol een eigen stijl wordt ontwikkeld, en maakten ze de Waltz-ep met enkel stukken in driekwartsmaat; allemaal walsjes. Deze cd is overigens in een prachtige papieren verpakking op de markt gebracht door Southern Records, wat destijds, voor het tijdperk van de digipacks, nog een uitzondering vormde.

Op C horen we de 'slash and swoon' slowcore van Rex dan voor het eerst in volle wasdom. De drie krijgen bij de opnames hulp van enkele gastmuzikanten maar bepalend in het geluid is de bijdrage van Michael Billingsley die alle strijkersarrangementen verzorgt. Vooral de prachtige inkleuring met cello geeft de plaat een eigen smoel en zorgt voor de hoogtepunten op C. Ingehouden euforische hoogtepunten; nog een kenmerk van het trio. In de minuten lange composities draait het vaak om lang uitgesponnen instrumentale stukken waar de strijkers de melodielijnen neerzetten. Het nummer New Son is daar het mooiste voorbeeld van. Het tempo blijft strak en alleen het volume wordt rustig opgebouwd. De euforie komt voort uit het herhalen van thema's, als een mantra, waardoor de melodie je meevoert in een roes. Met name dat vermogen maakt Rex tot een uitbijter in de slowcore beweging.

Naast die ingehouden hoogtepunten gebruikt ook Rex de voor slowcore kenmerkende dynamiek ten volle. Net als bij Slint bewegen de nummers tussen stilte en plotselinge explosies van geluid. Rex bouwt vaker dan het voorbeeld de spanning zorgvuldig op. Maar voorkomt dat laag voor laag alles wordt dichtgesmeerd; het blijft transparant klinken. Op C spelen de muzikanten losjes. Perfectie is niet wat deze band boeit of nastreeft. Het gaat om spanning en sfeer. Op de plaat wordt prachtige slowcore afgewisseld met nummers waar de traditionele kant van Amerikaanse muziek wordt verkend; met banjo en al, slordig vertolkt, schurend langs ontstemde valsheid. Maar er staan ook experimentele instrumentale tracks op.

Titelnummer C heeft nog het meest een traditionele songstructuur waar in de refreinen de zang diep in de gitaren en de strijkers nestelt. Bij de brug slaat het trio een andere weg in en komt er weer zo'n prachtig uitgesponnen stuk waarin een thema langzaam wordt opgebouwd naar de onvermijdelijke climax, waarin overstuurde gitaren en feedback de toon zetten. De productie is kaal en open. In de stille passages hoor je de versterkers brommen en kraken. Je moet daar van houden, maar is dat het geval, dan is dit een plaat van ongekende schoonheid.

Recensenten onderkennen het uitzonderlijke karakter van Rex. C krijgt uitmuntende kritieken. Maar buiten een kleine schare fans raakt de band nooit bekend. Op internet is nu ook nauwelijks nog informatie te vinden. Een enkele clip, een beknopte beschrijving op Wikipedia die schril afsteekt bij de informatie op mijn promo-exemplaar van C. En tussen enkele bandfotootjes ontdek ik dan ook de originele hoes van de consumentenverpakking van de cd. Die had ik tot het schrijven van dit stuk nog nooit gezien. Want in uitverkoopbakken kom je die niet tegen.

 

En nu?: 

In 1997 maakt het drietal hun derde langspeler, zakelijk 3 genoemd. Op deze plaat gaan zij verder op de ingeslagen weg maar verkennen nadrukkelijker de connecties met traditionele Amerikaanse muziek. Het resultaat beklijft minder. Na 1997 gaat Rex in rook op. De hoogtijdagen van de slowcore zijn voorbij, al blijft het genre invloedrijk. Enkele jaren terug is er een revival met de hernieuwde aandacht voor genre-grondleggers Slint. Rex profiteert daar niet van, er is geen sprake van een reünie en de band blijft evenals in 1996 onopgemerkt. De drie kernleden van Rex zijn nog actief in de muziekwereld maar allemaal volkomen roemloos. Zanger/gitarist Curtis Harvey richt zich nu volledig op traditionele bluegrass en maakt soloplaten. Drummer Doug Scharin heeft een lange rij releases op zijn naam met HiM - een mix van dub en post-rock - waarvan de laatste in 2010 verscheen. Bassist Phil Spirito slijt zijn dagen als bibliotheekmedewerker. In 2004 verscheen voor het laatst een plaat van de band die hij na Rex begon: oRSo.

Label: 

Southern Records

ad bol.com

Muziek algemeen

Redacteuren en Fotografen

Muzine.nl is altijd op zoek naar goede redacteuren en fotografen.

Interesse? Stuur een mailtje naar ronald@muzine.nl

Social media

Volg Muzine.nl op Facebook of Twitter

Like us