Recensie

Verslag Crossing Border 2017

Verslag Crossing Border 2017, recensie, review, festivalverslag

Het langlopende muziek- en literatuurfestival Crossing Border had verdeeld over drie dagen en zes locaties een gevarieerd programma met lezingen, interviews, panels, kunst en heel veel muziek. De donderdagavond stond in het teken van de uitreiking van de Europese Literatuurprijs (gewonnen door Max Porter en zijn vertaler Saskia van der Lingen voor het boek Verdriet is het ding met veren.) Voor dit verslag focussen wij ons louter op de muziek die te horen was op de vrijdag en zaterdagavond in Het Koorenhuis, de Lutherse Kerk en beide zalen van ’t Paard.

De vrijdag

De eerste artiest in de Lutherse Kerk op vrijdag is Julien Baker. Een klein, tenger 22-jarig meisje uit Memphis, Tennessee staat in haar eentje op het podium, slechts gewapend met een gitaar, loop-station, synth en haar stem. Het is traditiegetrouw stil in de kerk en de fraai ingetogen liedjes komen bijzonder goed tot hun recht. Ze vertelt dat kort voor het optreden ‘all of my stuff broke’ en het is door de vakkundige festival crew op tijd gerepareerd. Ze zegt daardoor wat nerveus te zijn, maar daar is weinig van te merken. Ze zingt loepzuiver en oogt als een ervaren muzikant. Ze speelt met de akoestiek van de ruimte en laat haar stem tijdens harde stukken galmen door de metershoge kerk. De nummers op de kleine synth weten iets minder te overtuigen, maar zacht tokkelende op haar gitaar, al dan niet met extra lagen uit de loop-station, en zingend met volle overgave, is het bij vlagen betoverend.

 

 Julien Baker

 

De eerste act in de Grote Zaal van ’t Paard is de Belg met Arabische wortels, Tamino. Hij heeft enkel nog een EP uit maar in België is hij al een gevestigde naam. De omschrijving ‘de Belgische Jeff Buckley’ maakt hij zowel op plaat als live waar met zijn gevoelige songs en lichtelijk theatrale zangstijl. Het is wel Jeff Buckley met een Vlaamse slag, want vooral bij Have A Cigar heeft Tamino een soort Maarten Devoldere (Balthazar/Warhaus) -achtige nonchalance in zijn voordracht en uitstraling. Een intrigerende muzikant (met belangrijke vrienden, want Tom pintens maakt onderdeel uit van zijn live band) en dat merk je, want het publiek staat geboeid te kijken en het is opvallend stil tijdens de nummers. Het is een perfect opvolger van Julien Baker aangezien ze beide subtiele, persoonlijke nummers brengen en zich volledig overgeven aan hun muziek. Indrukwekkend begin van het festival.

 

 Tom Pintens (Tamino)

 

Helaas is de euforie van korte duur want niet veel later in de kleine zaal start Tom Misch. De vrouwelijke presentator die hem aankondigt, heeft de invloeden van de band gevraagd en ze noemt achtereenvolgens jazz, hip hop, soul, funk, disco en electronics. In plaats van een interessante mix van die stijlen blijkt het eindresultaat vlees noch vis te zijn. Misch is overduidelijk stoned en lijkt zich de eerste minuten even te moeten oriënteren waar hij precies is. Het publiek krijgt een soort liftmuziek voorgeschoteld waar Misch af en toe een losse noot overheen speelt. Zijn gitaar klinkt ontzettend glad en clean, net als de rest van de band eigenlijk. Het tweede nummer is een bijzonder slappe versie van disco gecombineerd met iets wat sommige mensen jazz noemen. Compleet identiteitsloos en zonder ook maar enige vorm van geur of smaak. Er staat een lange rij mensen tot in de foyer van ’t Paard te wachten om de zaal in te mogen, het merendeel 50+, dus misschien moet je de hoogtijdagen van de disco bewust meegemaakt hebben om dit te kunnen waarderen.

Snel door naar de Grote Zaal waar de Benjamin Booker een feestje aan het bouwen is. Zijn soulvolle bluesrock krijgt de voetjes van de vloer en de handjes op elkaar. Het voelt een beetje als een van de concerten uit The Blues Brothers films, wat qua entertainmentwaarde een goed iets is. Of dit de sfeer is waarvoor je naar Crossing Border gaat is echter de vraag. Een vraag die vaker zijn kop op steekt dit weekend, maar daarover later meer. Booker is een bevlogen frontman die in het bezit is van een flinke strot en hij kan een aardig poepie gitaar spelen. Een soort kruising tussen Ben Harper en Gary Clark Jr. Het is misschien iets wat eerder op Parkpop zou moeten staan om daar een flink feestje te bouwen, maar goed, men heeft het naar zijn zin en de band staat als een huis.

 

 Benjamin Booker

 

Ondertussen in de Lutherse Kerk staat het podium lekker vol met de elfkoppige band Heroes Are Gang Leaders. Het New Yorkse collectief combineert soul, jazz en beat-poetry tot een swingend geheel. Opgericht als een project om de gedichten van de overleden dichter Amiri Baraka onder de aandacht te brengen, is het collectief later ook andere dichters gaan toevoegen aan het oeuvre, zij het wel allemaal uit de Black Arts Movement. De band bestaat uit een drummer, bassist, trompettist, saxofonist, altsaxofonist, toetsenist en vijf vocalisten; twee mannen en drie vrouwen. Een kleine, magere Patti Smith-achtige jongedame begint met een klankdicht met veel herhaling waar een soort ritme uit ontstaat. De bandleden komen er een voor een voorzichtig bij en dan begint er een soort estafette-zang tussen de vocalisten. Die zang is overigens soms voordracht, soms dus klankdicht, soms zang en soms rap. Er zijn ook momenten dat er twee of meer vocalisten tegelijk aan het woord zijn en dat werkt eerder opzwepend dan dat het desoriënterend is. De band speelt lekker losjes en grooved als een malle, vooral de ritme sectie is goed opdreef. Daar kan Tom Misch en zijn clubje bleke private school maatjes nog een heleboel van leren. De freejazz uit het programmaboekje is ver te zoeken, want de basis ligt dichter bij de soul en doet eerder denken aan Curtis Mayfield en Bobby Womack, en dan vooral hun beider soundtrack werk. De blazers zorgen wel voor een jazz-feel en ook de link met de beat-poetry en de manier van voordragen zorgen voor de jazz link. Tot slot wil ik nog even de toetseniste uitlichten, die vooral op de rustig stukken zo prachtig mooie en soulfull speelt dat je er stil van wordt. Indrukwekkend en een van de grote ontdekkingen van het festival.

Van een van de hoogtepunt lopen we zo naar een van de dieptepunten. Oud-maatschappijleraar Massih Hutak mag voor aanvang van Pink Oculus even 20 minuten zijn ding doen. Dat ding is in dit geval hele slechte nederhop. De 25 jarige Amsterdammer denkt dat hij Lil Kleine of Boef is en rapt niet heel erg sterk over de lompe housebeats heen van zijn beste vriend Kerem Ozilhan. Ik zie letterlijk mensen hoofdschuddend de zaal verlaten en ik kan ze geen ongelijk geven. Dit is absoluut Crossing Border onwaardig en de vraag is echt wat dit hier doet?

 

 Pink Occulus

 

Gelukkig is de redding nabij in de vorm van de stralende Esperanza Denswil, alias Pink Oculus. Ze is al gespot door Stromae en Joss Stone, en wie haar live ziet snapt meteen waarom. Ze vertelt het publiek dat op het podium staan en muziek maken haar droom is en dat ze blij is haar droom met ons te kunnen delen. Dat Pink Occulus op het podium thuis hoort is meteen duidelijk. Ze komt op, na het eerste couplet vanuit de coulissen te hebben gerapt, en sleept gelijk een buslading aan energie met zich mee. De band komt met stuwende reggaeton en zij gaat vocaal moeiteloos mee met al het geweld. Op de venijnige stukken klinkt ze bijna als Nicki Minaj, terwijl ze ingetogen meer de Nederlandse Erykah Badu is. Ze zingt, rapt en gilt met volle overgave en iedere emotie straalt van haar gezicht af. Dit is absoluut een artiest om in de gaten te houden en ga haar live zien als je de kans krijgt. Iedereen die hier niet bij was heeft echt iets gemist.

 

 Orchestra Baobab (zaterdag)

 

Headliner en afsluiter op de vrijdag is het Amerikaanse Spoon. Deze undergroundhelden draaien al ruim 20 jaar mee en dat is te horen ook. De band speelt hun rammelige indie met verve en laten regelmatig nummers in elkaar overlopen of bouwen live de nummers extra uit. Frontman Britt Daniels is de bandleider en een redelijke showman. Met zijn gitaar op de rug wandelt hij nonchalant over het podium als een soort kruising tussen Tom Petty en Courtney Taylor-Taylor van de Dandy Warhols. Hij valt op zijn knieën, zingt een heel stuk liggend op de drum-riser en is ook niet vies van een groot gebaar of twee. De setlist bevat echter een paar vreemde keuzes. Zo zit er middenin de set een minutenlang instrumentaal synth drone stuk voor I Ain’t The One, waar het publiek lichtelijk verbouwereerd naar staat te kijken. Het is ook een punt waarop veel mensen de zaal verlaten. Er is iets voor te zeggen om geen concessies te doen, maar dit is toch niet echt de afsluitende knaller waar we echt op gehoopt hadden.

 

 Spoon

 

 

Zaterdag

De zaterdag begint net zo sterk als de vrijdag, en wederom in de Lutherse Kerk. Gilles Peterson ontdekking Daymé Arocena brengt de kerk in Zuid-Amerikaanse sferen met haar mix van Cubaanse klanken en latin ritmes. De band (toesten, bas en drum) doet de kerk bijna op haar grondvesten schudden. Een bezoeker wordt zelfs zo gegrepen door de opzwepende beat dat hij begint te dansen in het gangpad en daarna zelfs spontaan het podium op springt, tot hilariteit van zowel het publiek als Arocena en haar band. Ook andere bezoekers wagen een dansje al dan niet zitten op houten stoelen of banken. Klein minpuntje is toch de akoestiek. Het drumwerk verzandt af en toe omdat het last heeft van zijn eigen echo die terugkomt van achteruit de kerk, en je kunt je afvragen of dit niet gewoon in ’t Paard had moeten staan. Maar dat mag de pret letterlijk niet drukken. Arocena geniet van haar muziek en laat het publiek meeklappen en -zingen waar ze kan. Ze danst, swingt, beeldt uit en grijnst van oor tot oor. Dat enthousiasme werkt aanstekelijk en de sfeer in de kerk is opperbest. Ook mooi om te zien dat ze bij een behoorlijk indrukwekkende solo van de bassist, ook goed aangesterkt door de uitmuntende drummer, zich even uit beeld laat verdwijnen en de volle aandacht naar haar band laat gaat. Een van de absolute hoogtepunten van deze editie.

 

 Daymé Arocena

 

In verband met de drukte op vrijdag lukte het niet om nog wat mee te pikken in Het Koorenhuis, dus zorgen we daar vandaag op tijd zijn voor het Robocobra Quartet. Een clubje Ierse studenten laat hier vanavond hun eigenwijze versie van jazz horen. De band heeft een tamelijk traditionele jazz bezetting van saxofoon, clarinet, bas (elektrisch) en drums, zij het dat de drummer ook de zanger van de band is. De nummers werken binnen het jazz idioom, maar worden meestal in popsong formaat gebracht. De zang/spreekzang/geschreeuw komt op zijn beurt weer uit de postrock of postpunk hoek. Zo wordt op de site van de band Fugazi genoemd en ik moet zelf bij het openingsnummer sterk aan Slint’s Good Morning, Captain denken. Een bijzondere kruisbestuiving die zeer goed werkt en voor zowel verbazing als vervoering zorgt. Met afstand het spannendste wat ik gezien heb.

In de grote zaal is het hele andere koek. De Antwerpse rapper Coely springt over het podium met haar tweede mc. Achter haar knalt de DJ instrumentals van andere artiesten uit de speakers waar Coely overheen rapt. Prima voor een avond stappen, maar deze lompe party hiphop hoort niet echt thuis op Crossing Border en al helemaal niet als eerste act in de grote zaal lijkt mij.

 

 Coely

 

Gelukkig zijn er ook artiesten die het publiek aan het dansen krijgen zonder de finesse volledig overboord te gooien. Kamaal Williams is drummer, producer, toetsenist en helft van het inmiddels alweer opgeheven Yussef Kamaal. Daarnaast brengt hij ook 12”-s uit als Henry Wu, maar is er vanavond met het Kamaal Williams Trio. Kamaal op toetsen (waaronder een Rhodes), samen met een elektrische bassist en een drummer. Het openingsnummer start met een hele lome beat, maar na een paar slimme wendingen is het verworden tot dampende funk. Het tweede nummer begint met een redelijke standaard ‘four-to-the-floor’ beat, maar verandert al snel in een broken beat ritme. Het funky, stuwende spel van Kamaal zorgt ervoor dat het geheel een Dego of Masters At Work feel krijgt. Mocht het nog niet duidelijk zijn, bevestig hij het nog maar even zelf: “This is movement music, shit to move your body to.”. De bassists is geen Thundercat, maar het vingervlugge basspel is tamelijk indrukwekkend. Kamaal en de drummer hebben constant oogcontact en zorgen dat elke tempowisseling en elke overgang retestrak wordt uitgevoerd. Het Kamaal Williams Trio dendert als een niet te stoppen trein een uur lang door en verslapt geen moment.

 

 Kamaal Williams

 

Terug in de grote zaal had het contrast met Coely niet groter kunnen zijn wanneer de “supergroep” BNQT (spreek uit Banquet) zijn opwachting maakt. Op plaat bestaat de band uit 4 van de 6 leden van Midlake, Jason Lytle van Grandaddy, Ben Bridwell van Band Of Horses, Fran Healy van Travis en Alex Kapranos van Franz Ferdinand. Die laatste is er als enige niet bij vanavond, maar het is alsnog een indrukwekkend gezelschap zo bij elkaar. De grote zaal is, en blijft, echter half leeg omdat deze band toch niet de publiekstrekker is die het op papier zou moeten zijn. Dat is misschien een stukje marketing en voor een deel ook de belabberde bandnaam. Jim James (van My Morning Jacket) stond in 2009 met oa Conor Oberst en M.Ward op Crossing Border voor een ramvolle zaal met zijn supergroep Monsters Of Folk. Misschien een iets meer megalomane bandnaam, maar het klinkt wel overtuigend. BNQT brengt vanavond nummers van hun debuut Volume 1 en ook nummers van de bands waar de bandleden uitkomen. Zo krijgen we een nummer van Grandaddy en Fran gaat voor Travis’ grootste hit Why Does It Always Rain On Me. Een iets minder voor de hand nummer had misschien leuker geweest. De softe southern rock en 70’s sound van BNQT zelf is lekker, maar mist toch de magie van Midlake. En dat is vreemd aangezien praktisch de hele band op het podium staat. Het is helaas niet veel meer dan gewoon leuk.

 

 BNQT

 

Ondertussen is in de Lutherse Kerk de laatste artiest van het weekend aan de beurt: de half Italiaanse, half Belgische Melanie de Biasio. Deze jazz zangeres schildert met geluid en componeert de stiltes in haar muziek. In het begin is het nog een beetje zoeken hoe ze met de akoestiek moeten werken, zo ook de geluidsman, maar dat is vrij snel opgelost. De band bestaat uit Biasio op zang en dwarsfluit, twee man op toetsen, waarvan eentje soms ook gitaar speelt, en een drummer. Vooral de synths vloeien in elkaar over, maar vanaf single en openingsnummer van het nieuw album Your Freedom Is The End Of Me klopt alles. De warme piano en synth-klanken, de dromerige stem van Biasio en de Portishead-achtige beat zorgt dat iedereen in de kerk meedeint. Het publiek hangt aan haar lippen, zelfs als ze niet zingt. Een enkele toon uit het elektrische orgel zorgt ervoor dat het publiek ademloos toekijkt en de spanning is voelbaar. Wie nu besluit naar huis te gaan, heeft de perfecte afsluiter van het festival te pakken.

 

 Melanie de Biasio

 

Maar voor wie nog door wil kan dat echter ook. In de kleine zaal staat de Amerikaanse postpunk band Priests. De band bestaat uit twee jongens en twee meiden: de jongens op bas en gitaar, de dames op drums en zang. Het eerste dat opvalt is de link met Joy Division, door het strakke, kille drumwerk en de hoekige baslijntjes. Ik hoor ook een stukje Pixies, maar dat komt voor een groot deel omdat de gitarist mij sterk doet denken aan een jongen Frank Black. De zangeres kan ik niet anders omschrijven dan een manic pixie dream girl , met haar baseballjack, zalmkleurige promdress BH, verlopen make-up en verlepte staartjes. Ze lijkt soms in trance en compleet afwezig, terwijl ze direct daarna bevlogen zingt of de zaal toeschreeuwt. Je hebt het idee dat je een undergroundclub in Manchester bent ingelopen ergens begin jaren 80. De band is bevlogen en speelt de nummers bijna klinisch perfect. Een bezoeker roept iets wat bedoeld was om het publiek in de nog niet halfvolle zaal aan het dansen te krijgen. De zangeres denkt echter dat het aan haar gericht is en zegt heel bitchy: ‘ok, good night everybody’ en loopt boos het podium af. Einde concert. En voor ons ook einde festival. In de grote zaal maakt Orchestra Baobab er ongetwijfeld een Afrikaans feestje van, maar dat maken wij niet meer mee.

 

 Priests

 

En zo blijven we met gemengde gevoelens achter na twee dagen Crossing Border. Het niveau van de optredens verschilt enorm en er zijn programma keuzes gemaakt die moeilijk uit te leggen zijn. Muzine.nl fotograaf Michel Mees sstelde op een gegeven moment dat je als bezoeker feitelijk maar drie concerten helemaal kunt zien.  En het klopt dat je met de juiste hink-stap-sprong door het tijdschema een prachtige twee avonden gehad kan hebben, maar het is lastig een festival te beoordelen op slechts de krenten uit de pap. Er waren de nodige Crossing Border onwaardige artiesten. We zagen enkele artiesten die leuk waren, maar eerder op Parkpop thuis hoorde of op eigen kracht in ’t Paard. Het literaire aspect dat je op het festival graag terug zou zien komen in de muziek, was slechts bij een gering aantal artiesten terug te zien. De programmeurs hebben misschien moeite gehad met het aanbod van bands, gezien het aanbod (vorige week London Calling, dit weekend het REC. Festival in Rotterdam, met een sterke line-up, en komend weekend Le Guess Who? in Utrecht. De zaterdag miste ook een echte headliner, want daar was het in alle zalen, behalve de Lutherse Kerk opvallend rustig.
Over de hele breedte genomen was dit duidelijk een mindere editie. Er waren prachtige dingen te zien en te horen en de meeste bezoekers zullen tevreden weer naar huis gegaan zijn, maar de lat moet volgend jaar toch echt een stuk hoger gelegd worden.

TEKST:  FABIAN HOFLAND

FOTO’S:  MICHEL MEES

Gezien: 

Diverse locaties Den Haag, 3 en 4 november 2017.

Muzine Beoordeling: 

6

ad bol.com

Bulk Alert

Redacteuren en Fotografen

Muzine.nl is altijd op zoek naar goede redacteuren en fotografen.

Interesse? Stuur een mailtje naar ronald@muzine.nl

Social media

Volg Muzine.nl op Facebook of Twitter

Like us