Recensie

Verslag Motel Mozaique 2017

Verslag Motel Mozaique 2017, review, recensie

Als in Rotown zaterdagnacht de laatste klanken wegsterven van de met testosteron overgoten Engelse band Idles, merkt een toeschouwer op sippe toon op: ‘Dat was dan weer het festival’. In twee dagen zag Rotterdam zo veel moois, dat je er nu al weemoedig aan terugdenkt en verlangt naar Motel Mozaïque 2018. Het veelzijdige festival bood opnieuw veel onbekende acts, waarbij er voor iedereen wat te ontdekken viel. Ook voor de indie-liefhebbers, al ontbraken daar uitgesproken hoogtepunten. Maar evengoed waren er geen acts die ronduit teleurstelden. Als één ding MoMo 2017 kenmerkt dan is het wel de ongemeen hoge kwaliteit van alles dat een plekje kreeg in het omvangrijke programma.

Donderdag 6 april

Officieel opende het festival al op donderdagavond met een bijzondere show van Tindersticks. De band verzorgde live de soundtrack bij een film van de hand van Tindersticks-frontman Stuart A. Staples getiteld Minute Bodies. En na deze opvoering speelde de band nog een uitgebreide set eigen nummers. Een mooie show voor de fans, sfeervol en zoals we de band kennen, somber van toon. Stilte voor de storm die de dag erop zou losbreken in de Maasstad.
 

Vrijdag 7 april

Op de vrijdag is het lastig kiezen tussen de vele grote namen en het grote aanbod aan stijlen: van de vierkante, sombere indie van Grandaddy tot het op sandalen bassende, jazzy Thundercat. In een dit jaar al even uiteenlopend aanbod aan zalen: van kerken tot en met de grote zaal van de Rotterdamse Schouwburg. En te midden van een stad die zich letterlijk warmloopt voor de marathon vormt het Eendrachtsplein ditmaal het hart van Motel Mozaïque. Daar trappen de eerste bands af, zoals Eut dat alleen al de moeite van het aanzien waard is vanwege de lol die de bandleden hebben bij het spelen, en de rauwe garagerock van Bartek.

Haley Bonar  (foto: Tess Janssen)
 

Arminius is dit jaar omgetoverd tot een prachtige plek voor concerten en de geluidsinstallatie is van dusdanige kwaliteit dat je geen ‘last’ hebt van de natuurlijke echo in de kerk. Met het podium in het midden van de zaal onder de preekstoel en het indrukwekkend orgel, kun je de artiesten mooi van alle kanten bekijken. In die zaal mag Rex Orange County – de artiestennaam van de Engelsman Alex O’Connor – zijn kunsten laten zien.  Zijn stem doet aan Just Jack denken, die met zijn funky hiphop jaren terug furore maakte. O’Connor speelt met zijn twee bandleden dusdanig onderkoeld, dat het niet overkomt. De jonge Engelsman bouwt grapjes in zijn jazzy liedjes, bijvoorbeeld door te stoppen en dan een stukje te praatzingen. Dat maakt het charmant maar onvoldoende om echt te boeien.

In Rotown is het al vroeg volle bak bij Haley Bonar. De Amerikaanse singer songwriter is nu eens blond en staat als trio met bas, drums en gitaar op het podium. Een stevig grungy geluid waar de bas een hoofdrol in speelt schept de ruimte voor haar kristalheldere stem. Een stem die je meer verwacht bij een folkband en daarom mooi afsteekt tegen de melancholische postrock. Het doet denken aan Belly van ex-Throwing Muses Tanya Donelly.

Happyness (foto: Tess Janssen)
 

„Dit is de eerste keer dat we niet in een boot spelen in Rotterdam”, vertelt Jon Allen van de Londense band Happyness. „We hebben hier gespeeld op een boot waar ze alleen Engels eten serveren; hadden wij weer eens pech.” De tongue-in-cheek-humor kenmerkt de vier snotjongens. In Worm spelen ze een liedje dat is geschreven naar aanleiding van hun nominatie als slechtst geklede band. En die kleding past bij de chaotische indruk die ze maken. De bassist moet het publiek vragen om een plectrum en zijn bandmaten worstelen het hele concert met allerlei technische problemen. Maar als ze eenmaal spelen valt alles op zijn plek, wordt er geen ongein meer gemaakt maar zijn ze bloedserieus. Ze laten zich ook niet uit het veld slaan door de malheur, en dat loont. De band heeft uitgerekend deze dag een nieuwe plaat uit en spelen heel wat van dat nieuwe repertoire. Hun gitaarpop is geënt op voorbeelden als Pavement. En dat kan een beetje chaos op het podium dus prima hebben. Happyness is een feest om aan te horen. De nummers hebben scheutjes kraut- en postrock, prachtige samenzang en de gitaarlijntjes dansen om elkaar heen. Ze hebben een uitstekend gevoel voor pakkende popdeuntjes en zijn bazen als het gaat om het spelen met dynamiek. En dat resulteert in sprankelende eigenzinnige gitaarpop met een lekker rafelrandje en af en toe stevige momenten. Genoeg om deze vier gastjes weer liefdevol in onze armen te sluiten.

Gurr (foto: Tess Janssen)
 

Een graadje vrijblijvender is het bij Gurr in Rotown. De Berlijnse meidenband is hartstikke leuk om naar te kijken maar hun poppunk komt niet boven het maaiveld in dit genre uit. Een enthousiast uitgevoerde cover van Hollaback Girl en een rauwe versie van Helter Skelter brengen daar zeker geen verandering in. Gurr past met hun charmante rauwe rock, grote inzet en krijsende vocalen in het rijtje Riot Grrrl-bands.

De bezoekers krijgen ook deze editie van het Rotterdamse festival niet alleen muziek voorgeschoteld op verpletterend volume, bijvoorbeeld onder de titel Grensgeluid. In Kino laten Wannes (zanger van Het Zesde Metaal) en Dieleman het andere geluid van Motel Mozaïque horen. Een intiem, persoonlijk geluid. Voor het doek van een klein bioscoopzaaltje staat het West-Vlaamse en Zeeuwse duo. Een banjo, een gitaar en twee stemmen; het resultaat van twee maanden intensieve samenwerking. Het is een persoonlijke aangelegenheid. Voor ieder liedje vertellen ze een verhaaltje, waarbij ze het publiek betrekken. Dan spelen ze losjes en met plezier een liedje, hard lachend als ze een regel tekst vergeten. Grensgeluid is verfrissend minimalistisch en informeel, en dat is een verademing tussen de energieke performances op grotere podia.

Grensgeluid: Wannes en Dieleman  (foto: Tess Janssen)
 

Het is 20 minuten voordat Warhaus in Arminius begint en de rij reikt tot het Eendrachtsplein. Zegt dat genoeg? De hype rond het soloproject van Maarten Devoldere (Balthazar) heeft Rotterdam bereikt. Eenmaal binnen in de compleet volgestampte kerk laat Warhaus zien waarom: duistere grooves, een onheilspellende vibe en een diepe stem.
Maarten’s rauwe stem vormt een prettig contrast met de hoge stem van Sylvie Kreusch (Soldier’s Heart). Dat levert Kills-achtige zangpartijen op, maar toch ook net niet. Warhaus is namelijk eigenzinnig. Alleen al die eigenzinnigheid - en de meer dan uitstekende spanningsopbouw van de show - maakt Warhaus tot een project om te blijven volgen.

In de Rotterdamse Schouwburg tilt Thundercat muziek naar een ander niveau. Naar the beyond, waar hij de grenzen tussen genres moeiteloos verschuift. Stephen Bruner, zingende bassist en frontman, komt uit een jazzachtergrond, maar Thundercat gaat verder dan dat: Het is funk, soul, jazz en EDM door elkaar, en dat allemaal live gespeeld door drie technisch ijzersterke muzikanten.
Op de site van Motel Mozaïque wordt Thundercat in het hokje avant-garde geplaatst. In de taal van een leek betekent dat eigenlijk ‘raar’. Toch zit de grote zaal van de Schouwburg helemaal vol. Waarschijnlijk omdat er zich een spektakel afspeelt op het podium. Van razendsnelle jazzy jams (waarbij Stephen’s handen als woedende spinnen over zijn bas vliegen) tot gevoelige soulful ballads; Thundercat overdondert Motel Mozaïque.

Thundercat  (foto: Tess Janssen)
 

Voor Arminius vormt zich opnieuw een lange rij door de mensen die afkomen op Klangstof; een van Nederlands grootste nieuwe talenten die stevig aan het doorbreken is. De band is gevormd rond Koen van de Wardt, ex-bassist van Moss. Een Amsterdammer, die de onvergeeflijke fout maakt door de Rotterdamse kerk af te schilderen als ‘net Paradiso’. Zijn haastige toevoeging ‘maar dan beter’ helpt niet meer en hij hoeft dus even niet meer terug te komen in de Maasstad.
Van de Wardt lijkt inmiddels bekomen van de verbazing dat zijn muziek aanslaat bij een groot publiek en slaat nu op het podium bijna door in bravoure. Met armgebaren en mimiek maakt hij grappen van wisselingen in de nummers; op zijn minst overbodig en op het randje van storend want de muziek doet zijn werk wel. En het gemoed van het publiek wordt vanavond bespeeld door een jochie van veertien jaar oud een nummer mee te laten spelen. Die had op school laten weten te willen ervaren wat het is om een rockster te zijn. En Klangstof - zelf kennelijk inmiddels de rocksterrenstatus bereikt - geeft ‘m tot ontroering van het publiek graag die kans.
Van de Wardt moet een ongelofelijke perfectionist zijn; de muzikanten die hij om zich heen heeft verzameld heeft hij inmiddels zo gemend dat elk nummer perfect wordt uitgevoerd. Met werkelijk grootse dynamiek. En dat zorgt voor kippenvelmomenten, zeker als de band vol gas geeft en de prachtig klinkende elektronica de kerkbankjes in Arminius doet trillen. Bijvoorbeeld in een explosieve uitvoering van Ignore Me. Deze band heeft helemaal geen fratsen nodig om indrukwekkend te zijn.

Klangstof  (foto: Tess Janssen)
 

Wie Klangstof tof vindt, wilde hoogstwaarschijnlijk ook graag Grandaddy zien. Maar moest daarvoor op de vrijdagavond wel een sprintje trekken om nog op tijd in de Schouwburg te zijn. Grandaddy (ook: foto bovenaan) is terug na een lange pauze, met een nieuwe plaat en de band van Jason Lytle laat zich ook weer live zien. Een buitenkansje die veel fans zich niet laten ontzeggen en het is dus goed vol in de grote zaal. De band wordt met luid gejuich ontvangen. Vooral het wat oudere mannelijke publiek kan zijn enthousiasme nauwelijks onderdrukken en hopt wat heen en weer op krakende botten op de strakke, vierkante en o zo sippe gitaarpop. Vaak begeleid door een vrouw die er met strak gezicht naast staat, de man af en toe liefelijk toelachend.

Dat het bij deze legendarische band draait om Jason Lytle is direct duidelijk: hij staat midden vooraan achter een soort altaar, netjes afgerokt zodat we niet kunnen zien wat daar achter allemaal schuil gaat. Hij lijkt wel een magiër als je zijn handen ziet bewegen boven dat altaar, onzichtbaar tonen toverend. De band is statisch; de leden bewegen nauwelijks en werken geconcentreerd. Minutieus en ijselijk strak voert Grandaddy hun liedjes uit, herkenbaar aan de nadrukkelijke tikken van de drummer, wiens gelaatstrekken volledig aan het zicht zijn onttrokken door de grote cap en zware baardgroei. Op het grote toneel van de Schouwburg wordt het visueel gelukkig nog gered door een voortdurende stroom beelden van het Amerikaanse platteland. Toch weet de band de relatief grote afstand naar de fans te overbruggen. Het ijs breekt al als het decorum even wordt doorbroken en Lytle en de drummer in de lach schieten bij de wat te pathetisch uitgevoerde laatste klanken van hitje A.M. 180. Maar de band pakt de zaal pas echt bij de lurven in He's Simple, He's Dumb, He's The Pilot dat in de lang uitgesponnen live-uitvoering uitgroeit tot een prachtig epos met een mooie spanningsboog. De fans mogen daarna nog even nafeesten op de relatief vrolijke klanken van Now It’s On alvorens verzadigd en tevreden naar huis te kunnen.

Grandaddy  (foto: Tess Janssen)
 

De die-hards gaan nog naar Worm om tot diep in de nacht te dansen, of naar Rotown waar Lvl Up uit New York zijn opwachting maakt. De band is voor het eerst in Nederland, melden dat, maar stralen niet uit daar erg blij om te zijn. Publiek pleasen is ook allerminst hun kerncompetentie. Kenners in het publiek lezen dat ook uit de kledingwijze: witte sokken als de ultieme middelvinger naar conventies over goede smaak. De band windt er geen doekjes om en speelt geconcentreerd een stevige set gruizige indierock. Degelijk, goed, lekker, maar toch niet baanbrekend.

 

Zaterdag 8 april

Geen betere remedie tegen een kater dan een stevige pot noise, en vooruit, er dan ook gelijk maar weer een biertje bij in de heerlijke lentezon. Op het Eendrachtsplein is het vroeg in de middag al gezellig druk en dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat een van Rotterdams helden aantreedt: The Sweet release Of Death. Eind vorig jaar een bejubelde plaat uitgebracht en dan nu dat werk voor eigen publiek mogen spelen, midden in je eigen stad. Daar word je blij van, tenzij je speelt in een band met een duister geluid zoals The Sweet Release Of Death. Daar past geen vrolijkheid bij en er kan dus nauwelijks een glimlachje af. Het trio werkt hard en geconcentreerd. De noise is bij vlagen oorverdovend, vooral door de krassende dissonanten uit de gitaarversterker. De ritmesectie houdt het gelukkig allemaal trefzeker bij elkaar en zo ontstaan spannende nummers met een ruwe dynamiek en rauwe emotie. Sterk optreden van het trio. En goed dat het Rotterdamse festival ruimte biedt aan kwaliteitspop uit eigen regio, die door de bank genomen zeker niet onderdoet voor het aanbod uit het buitenland.

The Sweet Release Of Death  (foto: Jan Rijk)
 

Het mooie van dit festival is dat je na een portie snoeiharde noise zomaar in de feeërieke armen van Lisa Hannigan kunt wandelen. Met haar ongelofelijke stem met bijzonder timbre en fenomenale zangtechniek pakt ze de grote zaal van de Schouwburg zonder problemen in. Maar ook met haar charme, wat een man in het publiek te veel wordt zodat hij haar toeroept. Hannigan giechelt dat haar moeder nog altijd sms’t als een man de zangeres op Facebook ten huwelijk vraagt. En ze overbluft haar gehoor door te demonstreren dat ze voor het maken van een videoclip heeft moeten leren een tekst achterstevoren te zingen…. en achteloos even voor te doen hoe dat dan klinkt.
Hannigan trakteert op een mooi doordachte, veelzijdige show. Je zou bang zijn dat het saai wordt, zo’n mevrouw met gitaar en mooie stem die liefelijke liedjes speelt. Maar zij wisselt telkens van entourage en volume: zachte stukjes solo, stevig en vol met volledige band, of alleen ondersteund door wat zangers. Soms lijkt het zelfs alsof er verschillende persoonlijkheden op het podium staan.  Het is eenvoudig om weg te dromen bij de prachtige ballades over de liefde - ‘with your breath on my cheek’ – van de folk-zangeres Hannigan. Maar als ze begeleid door haar band met een synth in de hoofdrol haar hese stem stevig inzet, is ze een duistere wave-vertolker en doet ze denken aan Lamb’s Lou Rhodes. Zo blijft ze aandacht opeisen. Grote klasse.

Lisa Hannigan  (foto: Jan Rijk)

Zodra de eerste noot gespeeld is en frontvrouw Fenne Kuppens haar stem inzet, weet je dat de dame en heren van het Belgische Whispering Sons er zin in hebben. Fenne Kuppens is een opvallende figuur. Pas wanneer zij spreekt en meldt dat het ‘fantastisch is om hier te staan’, wordt duidelijk dat we hier met een dame van doen hebben. Want de zangstem van Fenne, rank en fijntjes gebouwd, is heerlijk zwaar en doet denken aan Ian Curtis van Joy Division. Die vergelijking gaat verder natuurlijk mank; zij beweegt wél over het gehele podium. De atmosferische post-punk wordt met volle inzet gebracht en wordt, naarmate de set vordert, alleen maar energieker en voller. Niet voor niets heeft deze band de Belgische Humo Rock Rally 2016 gewonnen; ze laten zien klaar te zijn voor een grote toekomst.

Whispering Sons (foto: Rene Oonk)
 

Ook in Arminius staat de zaterdagavond in het teken van de bijzondere stemmen. Eerst is het de beurt aan Natalie Mering, oftewel Weyes Blood. Zij betovert Arminius met haar hemelse stem, die juist in deze setting geweldig tot zijn recht komt. De Amerikaanse zangeres heeft, in tegenstelling tot haar vader (hij hing een carrière in de muziek aan de wilgen en werd fulltime dominee) gekozen voor een leven in de muziek. Met een klein verbaal uitstapje verraadt ze op een cynische manier wat ze van dat verleden vindt: ‘I keep staring at Jesus. The Big Holy J’. Om dat later goed te maken: ‘Thank you Jesus’, waarna ze het publiek toefluistert: ‘I still feel the guilt’.
Samen met haar drummer, bassist en toetsenist vult ze de Arminiuskerk tot de punt van de toren met warmte. De setting klopt, de muziek klopt. Dit voelt gewoon goed. Een uur luisteren naar deze dame en haar band in deze innemende omgeving verveelt geen seconde.

Weyes Blood  (foto: Rene Oonk)
 

Later op de avond is Arminius voor de rebelse Ryley Walker, ook al gezegend met een prachtige stem. Zijn show boeit ook maar hij maakt het zijn publiek deze avond niet gemakkelijk. Niet alleen speelt hij ellenlange intro’s waarin het volume en intensiteit langzaam wordt opgebouwd, maar tussen de nummers door praat hij ronduit. Hij haalt uit naar het geloof en neemt Trump op de korrel en natuurlijk verhaalt hij over de zegeningen in ons land: de bitterballen en de flesjes Grolsch. Het slome tempo van de show maakt het optreden van Walker kwetsbaar voor wat wel The Dutch Desease wordt genoemd: publiek dat staat te kletsen. Dat maakt het moeilijk je te concentreren en de schoonheid van zijn spel, de prachtige spanningsopbouw van de liedjes en bovenal zijn wondermooie stem tot je door te laten dringen. Zonde, want Walker is een bijzonder, zij het wispelturig, talent met een schier onverzadigbare zin in bier: ‘ahh, I can almost taste the Grolsch in my mouth, I’m going to get so drunk tonight’!

Ryley Walker  (foto: Jan Rijk)
 

In de Paradijkskerk laat de uit Nova Scotia afkomstige band Mauno een soortgelijk geluid horen, maar dan overgoten met een indiesausje. De band speelt tere liedjes waarin tot in het extreme wordt gespeeld met de afwisseling van hard en zacht. De band waarschuwt hun gehoor daarom bij de aanvang van het optreden dat er soms harde stukken komen, maar dat die maar kort zullen zijn. Dit kenmerk, gecombineerd met de mooie samenzang van het introverte gezelschap, maakt indruk. Al is het jammer dat zelfs de stevige stukken wat verwaaien in de echo van de immense ruimte.

Mauno  (foto: Jan Rijk)
 

Mourn speelt ondertussen in Rotown indie van het steviger soort. En het is flauw om op te merken, maar dat zou je niet verwachten wanneer drie kleine en piepjonge meisjes een tikkeltje verlegen het podium opstappen. Engels beheersen ze nauwelijks, maar net voldoende om duidelijk te kunnen maken dat ze erg blij zijn dat ze in Nederland mogen spelen. En dan bast het los; fragmentarische indie geïnspireerd door voorbeelden als Fugazi en Sonic Youth. Springerig, rare wendingen makend, vol zoete dissonanten. Met stevige baspartijen en door elkaar zingende gitaren. Rotown beloont de Spaanse muzikanten met enthousiaste kreten, wat de meisjes weer verlegen doet lachen. Op hun instrumenten en in hun samenspel staat Mourn meer dan zijn mannetje. Alleen de zang is bij vlagen zwak en nauwelijks hoorbaar. Maar dat doet weinig af aan hun leuke, innemende en vooral energieke eerste optreden in Rotterdam.

Het hoofdkwartier: Plaza Mozaique  (foto: Jan Rijk)
 

Rob Goodwin, de zanger van The Slow Show, begint het optreden op blote voeten. Zachtjes flanerend, hurkend en mijmerend over het Perzisch tapijt dat op het podium ligt, zet hij een intieme set neer. Staand met een drankje in de ene hand en de ander in de broekzak gestoken, bromt hij de noten de toehoorders toe. En die noten worden met volle teugen opgezogen door de overvolle zaal. Bedwelmd door de uitvoerig belichte zachte kant van The Slow Show, staan stelletjes innig omarmd zich te laven aan de gastvrijheid van de band. Niemand in de zaal is op een gesprekje te betrappen. Dit publiek gaat mee op reis met de band en krijgt waar het voor is gekomen.

The Slow Show  (foto: Rene Oonk)
 

Dat geldt ook voor de zaal in Worm, maar deze mensen niet komen om iets voorspelbaars te horen. Zij worden liever voortdurend op het verkeerde been gezet. Letterlijk wel te verstaan. Op de dansvloer proberen mensen de energieke beat te pakken te krijgen die Powel ze vanachter zijn mengpaneel serveert. En zodra ze die te pakken denken te hebben en mee gaan bewegen, slaat hij weer een totaal onverwachte kant op. En begint het zoeken van het juiste bewegingsritme helemaal opnieuw.

Liefhebbers van dat type uitdagende muziek zullen snel zijn weggegaan bij Idles, dat Motel Mozaïque in Rotown afsluit. Zelfs de titelkeuze van de nummers van deze ruwe-bolsters-blanke-pit-Engelsen is zo voorspelbaar als maar kan. ‘This song is about my mother and it’s called Mother’, zou je ook als een mission statement van de band kunnen zien: deze jongens willen helemaal geen bewondering afdwingen met virtuositeit, maar je gewoonweg suf beuken met hun whisky overgoten punk. Idles is een mengeling van de energie van Protomartyr en de Engelse ongein van Art Brut. Onder aanvoering van een reus met een vervaarlijke ZZ-top baard op bas, stuitert de band van het ene naar het andere uptempo punkliedje. En dat zorgt voor een ongelofelijk goed humeur bij iedereen die nog niet heeft toegegeven aan de vermoeidheid van twee dagen bandjes ontdekken. En een vervaarlijke pit waar één van de gitaristen zich herhaaldelijk mét gitaar in begeeft, met gevaar voor eigen leven én dat van anderen. Het is weer gelukt. Rotown sluit weer af met een spetterend concert dat nog lang blijft nazinderen. Een waardige en uitzinnige afsluiter van weer een prachtig avontuurlijk MoMo. Op naar volgend jaar.

TEKST:  WIM DU MORTIER, JIMI DE GROOT, RENE OONK
COORDINATIE:  WIM DU MORTIER
FOTO'S:  JAN RIJK, TESS JANSSEN, RENE OONK

Gezien: 

Diverse locaties, Rotterdam, 6, 7 en 8 april 2017.

Muzine Beoordeling: 

9

ad bol.com

FIFA 18

Redacteuren en Fotografen

Muzine.nl is altijd op zoek naar goede redacteuren en fotografen.

Interesse? Stuur een mailtje naar ronald@muzine.nl

Social media

Volg Muzine.nl op Facebook of Twitter

Like us